Kattenvoer en warme broodjes aan de pomp

door Edine Wijnand

 

 
 
Maandag 7 januari 2008 - BREDA - En daar sta je op een willekeurige zondagochtend met je huilende baby voor de commode. Greep in de luierla. Op. Paniek. Zondag, de winkels zijn dicht. "Gelukkig is er dan altijd nog Trumpi", lacht Barbara Nijhuis uit Breda.
Nijhuis staat met dochter Veerle (11 maanden) voor de ingang van het benzinestation aan de Zwijnsbergenstraat. De auto heeft ze thuis gelaten. Niet nodig. Het tankstation dient voor haar veel meer als alternatieve buurtsuper.

"Ideaal", zegt ze. "Ze hebben alles en zijn op zondag open. Babyvoeding, luiers, bonbons voor onverwachte gasten. Ik koop het hier. Sterker, ik merk dat ik er zelfs een beetje lui van ben geworden. Op zaterdag geen boodschappen gedaan? Maakt niet uit. Ik ga morgen wel even naar het benzinestation."
 

Bij benzinestation Trumpi is het assortiment de laatste 25 jaar zo gegroeid, dat het meer op een buurtsuper dan op een pompstation lijkt. Wie een litertje olie nodig heeft, moet echt zoeken. fotos Ron Magielse/ het fotoburo


Het tankstation als buurtsuper. Een functie die bij Trumpi min of meer vanzelf groeide. "Het begon allemaal eind jaren zeventig, denk ik", peinst bedrijfsleider Ronald Trumpi. "De benzinestations langs de snelweg namen steeds vaker iets in hun assortiment op dat weinig met de auto had te maken." Sigaretten, een gevulde koek, bekertje koffie, een krantje. Serviceproducten. Goederen die automobilisten van lieverlee begonnen te associëren met tankstations. Er om begonnen te vragen. "En dus kwam het ook bij ons in de zaak."

Want het werkt bij Trumpi uiterst eenvoudig. Wordt er vaak om een bepaald product verzocht, dan komt het in de winkel te liggen. Zo groeide het assortiment langzaam uit tot wat het nu is. Van rubberen huishoudhandschoenen tot kattenvoer. Je kunt het zo gek niet bedenken of het is er.

Ook dure artikelen. Boeddhabeelden, espressokopjes, sieraden. "En parfum. Een uitkomst. Ik was even de verjaardag van mijn vriendin vergeten." Dom, dom, dom. Maar gelukkig: Trumpi bood verlossing. Al zwijgt de koper over zijn identiteit. Da's beter. Zijn vriendin hoeft niet in de krant te lezen dat haar cadeautje heel attent op de kop werd getikt bij een benzinestation.

Trumpi lacht. Vertelt hoe tijdens de kerst met name mannen nogal eens gehaast binnenrennen om snel even een presentje 'te scoren'. "Onze cadeauartikelen zijn niet voor niets in de schappen terecht gekomen."

Trumpi. De gewezen pomp drijft al lang niet meer op benzine en olie alleen. De supermarkt, de broodjes van Delifrance in de hoek, de afhaalmaaltijden van YamYam. "Langzamerhand halen wij onze meeste winst uit die kant van het bedrijf", vertelt hij. Tweeduizend klanten telt hij op een doorsnee zondag. En verreweg het leeuwendeel van hen komt niet voor benzine. "Sterker, ik kom hier eens in de twee weken, maar nooit om te tanken", lacht Ad Weijters. Hij is er om de auto te wassen, om door tijdschriften te bladeren, een broodje te kopen.

Die benzine, zegt Trumpi: "Daar moeten we het ook eigenlijk niet meer zo van hebben. Met de stijgende brandstofprijzen zijn de winstmarges te veel teruggelopen." Als het aan hem ligt groeit het andere deel van zijn bedrijf sterker. "Zodat er straks meer mensen komen voor de dagelijkse inkopen." Ook doordeweeks.

Het tankstation als winkel. Trumpi is weliswaar het meest uitgebreid, maar niet uniek. Er is vrijwel geen pomp zonder koelingen met melk en kaas, zonder chips, cd's, een zak hout voor de open haard. "O nee", beaamt Karin Schöen van Texaco Doornbos. Net als haar broer van de Texaco Boeimeer, verkoopt zij al sinds jaar en dag op zondag vers Belgisch brood. Met name in Boeimeer loopt het storm. In die zaak staat een stand van de Vlaamse bakker Van den Broek uit Meersel-Dreef. "We verkopen veel", zegt achter de kraam Niek Storm. "Vooral zomers staan de mensen al buiten te wachten tot we open zijn." Logisch, het is een service. "Vroeger reden die mensen naar België. Nu kunnen ze het brood om de hoek halen." En als ze er toch zijn. "Dan kopen ze meteen wat te drinken, of beleg of zo. Zo heeft het tankstation er profijt van", weet Storm.

Schöen herinnert zich: "Ik denk dat wij in Boeimeer de eerste pomp waren in Breda die meer verkocht dan benzine alleen." En ze lacht: "Mijn vader liep vroeg in de jaren zeventig al langs de tankende automobilisten. Onder zijn arm een stapel lp's. Of ze die wilden kopen." Zijzelf keek ernaar vanuit haar piepkleine kassahokje. Ingeklemd tussen sigaretten en tijdschriften. Het begin van het tankstation als buurtsuper. "Toen al", zucht Schöen.